Laat Rijpen

vlekken ingekleurd zwart geschrevenbeeld

’s Ochtends te zevenen
rolluik omhoog en de radio aan.
‘Dag mevrouw, dag meneer’
al lezend voor het raam.
‘Oei, kmoe nog om commissies goan.’
Hop de fiets op, richting ’t dorp.
Groensels kopen, patatjes schillen
en die gazette verder uitlezen.
Maar eerst een lange boswandeling
om nadien nog te comméren
met de buren, beetje verder in’t straat.

‘Dag mevrouw, dag meneer’
Tot de noaste keer.

“Waarom zegt gij nooit iets? “

“…denk voor eer ge spreekt,
maar voor eer ge kunt denken
over hetgeen gesproken wordt,
moet ge het ook kunnen voelen”,
antwoordt de laatbloeier.

Wacht niet te lange
voordat ge er ni meer zijt,
voor al die dinge dat u later spijt.
Voorbijgaande dagen vol verloren verlange
zat ge daar voor u raampje te gluren.
“Wat is er gaande bij de buren?”
De koude beet zich vast in beide verkrampte voeten,
langzaamaan ook naar die droge ruwe handen.
“Ooh, waarom moet ik toch zo boeten?”,
terwijl een laatste warme gloed naar adem hapt.
En maar klagen dat het te lange ging duren.

Het bewuste individu is helaas gedoemd om melancholisch te zijn. 

Drup drup
heb te warm
kraan lekt
en ik zweet.
Traan breekt uit.
Te dicht zo.
’t is maar da ge het weet.

Op het plafond
zag ik een doek zwaaien
in de lucht
achter een mug.
Spatte het bloed
vers gezogen
uit mijn lijf.
Verder slapen kan ik terug.

Rode gloed vormt zich
in ovaalvormige ogen.
Grollend en ontblote
nagels prikken in de huid.
“Kalm maar poesje.
Ik houd je stevig vast.”
Spinnend legt ze
zich toch nog even goed.